Publicatie: Onderzoek naar Open Data van Nederlandse GLAM instellingen

Tien masterstudenten van de opleiding Culturele Informatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam hebben in januari 2016 onderzoek gedaan naar open data van Nederlandse erfgoedinstellingen. Zij onderzochten tools en praktijken rondom het aanbieden van open data en wat de impact van het open ontsluiten van data is. De onderzoekers concluderen dat het veld een gebrek heeft aan effectieve meetinstrumenten, effectieve meetinstrumenten en heldere definities, om de impact en het gebruik van open data te meten.

De onderzoekers deden een analyse van Nederlandse instellingen gebaseerd op het in 2015 uitgevoerde OpenGLAM Benchmark Survey, het GLAMetrics onderzoek van Open Cultuur Data, en via een vragenlijst aan 36 erfgoedinstellingen die aangesloten zijn bij het Open Cultuur Data platform.

In het onderzoek is een top-10 te vinden van archieven en musea die vooroplopen met het beschikbaar stellen van open metadata en open content. Deze top-10 van archieven en musea roept wel vragen op. Uit de data komt naar voren dat het relatief kleine Theepottenmuseum uit Swartbroek al haar metadata als open data beschikbaar heeft gesteld. Door dit gegeven en andere antwoorden op de vragenlijst kwam dit museum verrassend op de tweede plaats terecht in de top-10. De onderzoekers constateren dat het begrip open data door de instellingen niet eenduidig wordt geïnterpreteerd.

De onderzoekers onderzochten twee tools die hergebruik van open data meten op Wikimedia projecten: BaGLAMa 2 en GLAMorous. De onderzoekers onderschrijven dat Nederlands cultureel erfgoed op Wikipedia maandelijks een miljoenenpubliek bereikt, maar dat dit getal gerelativeerd moet worden (een constatering die ook al binnen het GLAMetrics onderzoek zelf werd gedaan). Met de tool kan weliswaar worden gemeten hoe vaak content van een bepaalde erfgoedinstelling op het scherm van de bezoeker van Wikipedia verschijnt, maar er wordt niet gemeten welke interactie er met de afbeelding is. De onderliggende vraag blijft hoe Nederlands erfgoedinstellingen hun bereik zouden moeten meten en definiëren.

Uit een vragenlijst aan een selectie van culturele instellingen blijktde beoogde doelgroep vooral uit particulieren te bestaan, gevolgd door onderzoekers. Instellingen zien dat het open beschikbaar stellen van data het vergroten van naamsbekendheid en het bereik van de collectie tot gevolg heeft. Instellingen die verwachtingen hadden over concreet hergebruik zijn soms teleurgesteld, ze hadden gehoopt dat er meer toepassingen zouden worden ontwikkeld op basis van hun open data.

Open Cultuur Data is blij met het onderzoek door de groep studenten. Het onderzoek bevestigt dat het definiëren en meten van de impact en bereik van open data complex is. Instellingen hebben geen gezamenlijke definitie van open data en de waarde van het ervaren van Nederlands erfgoed moet breder gezien worden dan interactie met de instelling zelf. Open Cultuur Data informeert, en werkt aan deze vraagstukken. De resultaten van het onderzoek nodigen uit om open data onder de aandacht te blijven houden en verder onderzoek te doen naar het gebruik van open data.

Download het onderzoek hier.

Geef een reactie