Opereren binnen de kaders van het auteursrecht

The battle of copyright. Door Christopher Dombres via Flickr (CC-BY 2.0)

Op 10 maart vond de tweede sessie van de Masterclass Open Cultuur Data plaats. Deze keer diepten we het onderwerp intellectueel eigendom en open licenties uit. Veel mag niet zomaar, maar wat mag wel? Hoe regel je dat goed en waar ligt de grens?

Alle rechten voorbehouden

Maarten Zeinstra (Kennisland) loopt de deelnemers in sneltreinvaart door de basis van het intellectueel eigendom (IE). Als je bezig gaat met het openstellen van collectie krijg je te maken met het auteursrecht en mogelijk ook met naburige rechten, persoonlijke en portretrechten, databankenrecht en modellen- en tekenrecht. Doordat IE-rechten stapelbaar zijn, is het vaak een complex uitzoekwerk voordat je weet wat je wel of niet met een werk mag.

Vrijwel alle culturele instellingen zullen aanlopen tegen het auteursrecht; het exclusieve recht van de maker voor het gebruik en distributie van het werk. Alleen de maker heeft het recht om een werk (mits het werk voldoende origineel is) te publiceren en te verspreiden. Dit geldt over het algemeen voor de duur van 70 jaar na de dood van de maker. Omdat het auteursrecht de maker de langste bescherming biedt, is het verkrijgen van deze toestemming het meest belangrijk.

Zeinstra heeft een ezelsbruggetje wat de IE-rekensom makkelijker maakt. Zo kan je er namelijk vanuit gaan dat al het werk dat na 1870 gepubliceerd is, auteursrechtelijk beschermd is. Voor het openbaar maken of gebruiken van werk dat nog auteursrechtelijk beschermd is, heb je (schriftelijke) toestemming nodig van de rechthebbende.

De website outofcopyright.org helpt je om te bepalen of een werk nog auteursrechtelijk beschermd is. De website loopt je door de verschillende vormen van IE die van toepassing zouden kunnen zijn op een bepaald werk. Aan het einde weet je of je de opname van een opvoering van Bach uit 1980 zomaar mag delen of niet.

Open licenties

Met het huidige auteursrecht mag in principe niets zonder expliciete toestemming. Lisette Kalshoven (Kennisland) vertelt over de mogelijkheden van de open licenties die ontwikkeld zijn door Creative Commons (CC). Deze licenties geven rechthebbenden de keuze om aan te geven dat anderen (onder bepaalde voorwaarden) het werk mogen gebruiken en herbruiken.

De CC-tools die voor het openstellen van collecties geschikt zijn (mits je de rechten erover bezit) zijn: CC zero (CC0), de CC Naamsvermelding (CC-BY) en Naamsvermelding Gelijk-Delen (CC-BY-SA) licentie. Dit is in lijn met de definitie van open volgens opendefinition.org. Hiermee zorg je ervoor dat we ons erfgoed niet alleen kunnen bekijken, maar ook kunnen herbruiken in nieuwe creaties en innovaties.

Metadata kan het beste onder CC0 worden vrijgegeven (dit is een vereiste bij Europeana). Omdat het bij metadata vaak om feiten gaat, zijn deze over het algemeen niet auteursrechtelijk beschermd. Dit kun je het beste aangeven met een CC0-verklaring. Content dat in het publiek domein valt, moet als Publiek Domein (PDM) gemarkeerd worden. Content waar je de rechten over bezit, kun je het beste vrijgeven onder CC0 of licenseren onder een CC-BY of CC-BY-SA licentie.

Wanneer je als instelling niet de rechthebbende bent van de content in je collectie, maar je het wel graag wilt vrijgeven moet er toestemming gevraagd worden aan de rechthebbende. Dit kan de maker zelf zijn, zijn/haar erven of een fonds.

De praktijk van auteursrechtenonderzoek

Mariska van Zelst-de Wit is juriste en werkt als collectiesecretaris bij het Rijksmuseum. Als slotstuk van de masterclass vertelt ze hoe het Rijksmuseum auteursrechtenonderzoek aanpakt. De enorme collectie van het Rijksmuseum bevat ook hedendaags werk en zodoende heeft het museum regelmatig te maken met auteursrechten.

Via de API van het Rijksmuseum worden 111.000 objecten uit het publiek domein op hoge kwaliteit (300 dpi) gedeeld. In de Rijksstudio-website in totaal 400.000 objecten. Dit zijn voornamelijk objecten in het publieke domein, maar ook objecten waarvoor de rechten geregeld zijn.

Het Rijksmuseum is bezig om de gehele collectie te digitaliseren en wil dit op groot formaat op de website zetten. Bij werken die zich in het publiek domein bevinden, is dat geen probleem, maar bij hedendaags werk (met name fotografie) kan dat wel een probleem zijn omdat je te maken krijgt met het auteursrecht.

Van Zelst-de Wit geeft aan dat het zeeën van tijd kost om de rechten te regelen. Je krijgt ermee te maken als je bijvoorbeeld een afbeelding op je website wil plaatsen, als je educatieve content wil ontwikkelen of een expositie wil organiseren. Het is daarom verstandig om voorafgaand een projectplan te maken. Het Rijksmuseum heeft een zevenstappenplan ontwikkeld:

1. Planning
2. Gegevens rechthebbenden zoeken
3. Modelbrief opstellen
4. Verzoek om toestemming sturen
5. Reminder bij geen reactie
6. Verkregen toestemmingen goed administreren
7. Interne communicatie

Toestemming waarvoor?

Veel rechthebbenden zijn zich er niet van bewust dat zij rechthebbende zijn en wat het inhoudt als ze toestemming geven. Als je hen een brief stuurt om toestemming te vragen is het daarom van belang om een goede toelichting te geven waarin het duidelijk is waarvoor je wilt dat ze toestemming geven.

Als je eenmaal in contact bent met de rechthebbende is het aan te raden zoveel mogelijk in één keer te regelen. Zorg voor een goede administratie (zowel de contracten als je administratie in je collectieregistratiesysteem) en een juiste communicatie in je eigen organisatie zodat al je collega’s ook op de hoogte zijn van de rechtenstatus van het werk en de rechthebbenden.

Elk jaar publiceert het Rijksmuseum op Public Domain Day op 1 januari van het nieuwe jaar werken die nieuw in het publiek domein vallen op de website. Zo schoon je elk jaar opnieuw je collectie op en dan weet je dat je het mag delen.

De vraag rijst waarom we eigenlijk nog zaken bewaren als het zo complex is om erfgoed openbaar te maken. Desondanks gaan de deelnemers met de input van deze tweede masterclass aan de slag met het doen van hun eigen auteursrechtenonderzoek. De focus ligt op de vraag: wat kunnen we wel en hoe gaan we dat regelen? Tijdens de volgende masterclass bijeenkomst verdiepen de deelnemers zich in technische aspecten van open data en gaan we stoeien met API’s.

Nikki Timmermans, Maarten Zeinstra, Lisette Kalshoven & Tiara Roquas (Kennisland)

Onder leiding van Kennisland ontwikkelen de deelnemers in vijf plenaire bijeenkomsten een strategie voor het vrijgeven van collectiedata en worden ze begeleid in de implementatie daarvan. De masterclass vindt plaats in het kader van Open Cultuur Data in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en Open State Foundation. De reader van de Masterclass kan je hier downloaden.

Geef een reactie