Creative Commons & Intellectuele eigendommen

masterclass 2.2

Philips Galle, Schilderen met olieverf, collectie: Rijksmuseum, CC-0

Maandag 16 februari vond de tweede Masterclass Open Cultuur Data Noord-Holland plaats. Deze sessie stond in het teken van intellectuele eigendomsrecht en open licenties. Wanneer kan je zonder problemen iets als open data publiceren zodat het kan worden hergebruikt en wanneer heb je toestemming nodig van rechthebbenden? De sessie werd gegeven door Maarten Zeinstra (Kennisland).

Niks is eeuwig

De eerste en belangrijkste regel: intellectueel eigendom, zoals het auteursrecht, is tijdelijk. Vaak zijn deze rechten zeventig jaar na het overlijden van de auteur verlopen. Dan hoef je de naam van de maker niet meer te vermelden en mogen werken zonder toestemming verder verspreid worden.

Niet alleen culturele werken als schilderijen, boeken, foto’s, e.d. ondervinden gebruiksrestricties door intellectuele eigendomsrechten. Zelfs databanken zijn auteursrechtelijk beschermd. Hier vallen ook de registers van archieven onder, grote boekwerken die alleen feitelijke informatie bevatten.

De outofcopyright-tool

Aangezien er zo veel regels en uitzonderingen zijn, is het voor veel instellingen complex om na te gaan wat wel en niet auteursrechtelijk beschermd is. Daarom heeft Kennisland een calculator ontwikkeld die je helpt om te bepalen of een werk restricties hebben door intellectuele eigendom heeft, of dat het werk publiek domein is.

Het vrijwilligersprobleem

Een onderwerp waarover de instellingen nog goed over na moeten denken is het intellectueel eigendom van de producties van hun medewerkers. De regel stelt dat de auteursrechten van het werk dat een werknemer produceert, als onderdeel van zijn takenpakket, toebehoort aan de instelling. Echter werken veel instellingen met vrijwilligers en stagiaires, die een uitzondering zijn op deze regel.

Samen met freelancers en stagiaires behouden vrijwilligers het intellectueel eigendom op hun werk. De meeste instellingen zijn hiervan niet op de hoogte. Het is echter niet zo zwart-wit, een vrijwilliger die bijvoorbeeld werkt aan een inventaris weet dat zijn werk gebruikt zal worden in deze inventaris, kan zich hier moeilijk tegen verzetten. Het wordt een ander verhaal als het afgesproken werk alleen bedoeld was voor intern gebruik en toch wordt gepubliceerd. Maarten raadt aan om goed naar de standaardcontracten te kijken van freelancers, stagiairs en vrijwilligers. Het is voor de instellingen dus een afweging; moet dit heel precies worden gedaan door een toevoeging aan het contract? Of kan het worden gelaten zoals het is, onder de veronderstelling dat de vrijwilligers geen problemen zullen veroorzaken?.

Erfelijkheid

Een tweede overweging die de instellingen moeten maken heeft betrekking tot de erfelijkheid van intellectueel eigendom. Als de maker overlijdt, hebben de familieleden of kopers van het intellectueel soms tot zeventig jaar nog recht op zijn intellectueel eigendom. Het kan echter voorkomen dat een werk geen rechthebbenden meer heeft of dat deze niet traceerbaar zijn. Zonder toestemming van rechthebbende mag een werk niet worden gebruikt. Aan de andere kant, heeft niemand auteursrechten dus zal het risico laag zijn als het werk toch openbaar wordt gemaakt.

 Als er bij een foto geen licentie staat, moet ervan uit worden gegaan dat er niks mee mag worden gedaan.

Hoe zie je of er een open licentie op een foto staat? Dat vroegen de deelnemers zich af. Als er bij een foto geen licentie staat, moet ervan uit worden gegaan dat er niks mee mag worden gedaan. Een mooi hulpmiddel tijdens het zoeken op Google is dat er kan worden gefilterd op licenties.

Daarnaast werd gevraagd of een licentie genoeg is om te laten zien dat data van de instelling afkomstig is, of is het handig om een watermerk toe te voegen aan de data? Volgens Maarten is een licentie genoeg, aangezien een licentie bindend is. Daarnaast zou een watermerk alleen maar afbreuk doen op de kwaliteit van het beeld.

De sessie heeft stof tot nadenken gegeven bij de deelnemers, er zijn veel regels en overwegingen die in gedachten moeten worden genomen bij het openbaar maken van data. De sessie heeft de kennis aangereikt waarna de instellingen zelf zullen gaan nadenken over welke data ze wel of geen toestemming moeten verkrijgen, hoe ze om willen gaan met data die de instellingen zelf produceren en welke open licenties ze toepassen op hun data. De volgende sessie zal begin maart plaatsvinden en in het teken staan van technologie, hergebruik en apps.

Geef een reactie