Durf te experimenteren

008b1e0e70d2303bc8fb991ce5daa8a3bc5031f02cee32759148fbd82c2bf751

Micro-computer wordt uitgeleend bij bibliotheek, bij wijze van experiment. Nationaal Archief, Den Haag, fotocollectie Anefo, 3 augustus 1984, nummer toegang 2.24.01.05, bestanddeelnummer 933-0448, licentie CC-BY-SA.

Op 26 mei vond de vierde sessie van de masterclass plaats. Dit keer werden er gedachten uitgewisseld rondom de argumenten vóór en tegen open data. Hoe overtuig ik mijn organisatie en management? Tijdens deze sessie verzamelden de deelnemers input voor een strategisch beleid voor open data. Met de barometer werd de luchtdruk in de organisatie opgemeten. Bij welke argumenten ligt de druk het hoogst?

500 pixels is niets meer waard

Een eerste discussie ontstaat rond de technische kwaliteit van afbeeldingen. Veel instellingen leveren in hun open datasets afbeeldingen aan op ongeveer 500×500 pixels. Dit is tegenwoordig op Internet niet veel meer waard. Als je ontwikkelt voor de iPhone 4 of de iPad 1 heb je al grotere formaten nodig, anders wordt het pixelig.

Om als culturele instelling een afbeelding te leveren die van goede kwaliteit is, is het belangrijk om rekening te houden met deze verschillende formaten. Hoe groter de afbeelding, hoe beter. Maarten Zeinstra (Kennisland) geeft aan dat je zou moeten kijken naar boven de 1.000 pixels.

De meningen zijn verdeeld in de groep. Hoe verhoudt zich dit tot de verkoop van foto’s, toch een belangrijke bron van inkomsten van instellingen? Hoge kwaliteit afbeeldingen als open data aanbieden zou kunnen leiden tot het verliezen van (potentiële) inkomsten…

Recht op informatie

Tim de Haan (Nationaal Archief), alumnus van de eerste Open Cultuur Data masterclass, vertelt over hoe het Nationaal Archief met open data is begonnen. Op dit moment levert het Nationaal Archief verschillende fotocollecties onder (vooralsnog) een CC BY-SA licentie op medium resolutie van 1.280 pixels. Hogere resoluties kunnen worden gedownload tegen betaling.

Argument 1: anders dan bij musea, zit open data volgens De Haan als het ware al „in de missie” van het Nationaal Archief besloten. Het Nationaal Archief ziet het als haar missie om ieders recht op informatie te dienen en inzicht in het verleden van ons land te geven. Het Nationaal Archief wil niet meer als eindstation, maar als tussenstation van informatie functioneren.

Vergroten bereik

Argument 2: tegenover elke fysieke bezoeker staan 170 (unieke) digitale bezoekers op de website van het Nationaal Archief. Dit bereik is op een gegeven moment niet meer verder schaalbaar. Het is interessanter te kijken naar wat er buiten gebeurt. Door het vergroten van je vindbaarheid buiten je eigen domein (bijvoorbeeld Flickr of Wikipedia), kun je je bereik wel verder vergroten.

Start met een pilot

In 2008 startte het Nationaal Archief met een aantal pilots om te experimenteren met open data. Er werd gestart met een set op Flickr Commons, in 2009 werd een beelddonatie aan Wikipedia gedaan en in 2011 werd een eerste set kaarten als open data vrijgegeven als resultaat van de masterclass. Al snel volgde de publicatie van 140.000 foto’s.

Het Nationaal Archief heeft ervoor gekozen om eerst het moeilijke materiaal open te stellen en de weerstand die hierbij komt kijken te analyseren. Welke problemen kom je tegen? Zo bleek het in theorie zo te zijn dat Nationaal Archief over alle rechten beschikte, maar bleek dat in de praktijk niet altijd zo te zijn.

We lopen echt niet binnen op onze foto’s

De Haan ontkracht het argument dat het aanbieden van kwaliteitscontent als open data het businessmodel van de verkoop van foto’s zou schaden. De kosten die gemoeid zijn met het leveren van deze dienst wegen uiteindelijk niet op tegen de inkomsten die ermee gegenereerd worden. De Haan: „we lopen echt niet binnen op onze foto’s, het is voordeliger om het open te stellen”.

Belangrijker voor het Nationaal Archief is dat het bereik van de collecties is vergroten door open data. Artikelen op Wikipedia waarin foto’s van het Nationaal Archief verwerkt zijn, zijn inmiddels al 30 miljoen keer bekeken! Ander voordeel is dat het Nationaal Archief gelijk voldeed aan de nieuwe Europese richtlijn voor Hergebruik van overheidsinformatie (2013) waarin nu ook archieven aan moeten voldoen:

“Hergebruik”, het gebruik door natuurlijke personen of rechtspersonen van documenten die in het bezit zijn van openbare lichamen voor andere commerciële of niet-commerciële doeleinden dan het oorspronkelijke doel binnen de publieke taak waarvoor de documenten zijn geproduceerd. Met de wijziging valt ook overheidsinformatie in ‚archieven’ onder de Richtlijn.

Verder merkt De Haan dat er veel gemakkelijker en efficiënter tegemoet gekomen aan dataverzoeken en verzoeken tot het starten van nieuwe projecten (bijvoorbeeld meedoen aan Europeana). Open data is een standaard oplossing geworden voor externe dataverzoeken.

Tips & tricks

Sinds de start van de pilots in 2008 is open data eigenlijk langzamerhand standaard praktijk geworden. Er wordt nu gekeken naar hoe het in de gehele keten verankerd kan worden. Het Nationaal Archief overweegt nu nog hogere kwaliteit foto’s aan te bieden en een nog minder restrictieve licentie te gebruiken. De Haan geeft de deelnemers de volgende tips & tricks:

  • Durf te experimenteren
  • Geef een zetje en kijk wat er gebeurt
  • Vraag input en feedback van anderen zoals ontwikkelaars
  • Blijf communiceren en weerleg tegenargumenten
  • Durf kleine stappen te nemen
  • Vertrouw en durf los te laten
  • Benader alle relevante afdelingen, verspreid je argumenten zoveel mogelijk
  • Investeer je eigen tijd en rol langzaam uit richting andere collega’s

Barometer

Met het behulp van de Open Cultuur Data Barometer brengen de deelnemers de belangrijkste argumenten voor de eigen organisatie in kaart. Het blijkt dat de ‘publieke taak’ als meest relevant argument vóór het vrijgeven van open data ervaren wordt: het draagt bij aan je publieke missie om een zo breed mogelijke toegang tot cultureel erfgoed te bieden.

Het ‘verlies van naamsvermelding’ en het ‘verlies van (potentiële) inkomsten’ worden gezien als de belangrijkste argumenten tegen open data. Je bent niet meer zichtbaar als levererancier van de data en verliest daarmee de controle. Het ‘verlies van (potentiële) inkomsten’ blijkt vooral een gevoelsmatig iets te zijn waar geen hard bewijs voor geleverd kan worden. Je kunt er pas een uitspraak over doen als je er ervaring mee opgedaan hebt.

Dit was de laatste masterclass bijeenkomst voor de zomervakantie. De deelnemers zullen de komende tijd hun Datablogs publiceren met de eerste vrij te geven datasets. Deze zullen worden geharvest tijdens de Culture Harvests en zijn de ingrediënten voor de Open Cultuur Data-API en natuurlijk de Challenge.

Houd deze website in de gaten voor updates!

Nikki Timmermans & Tiara Roquas (Kennisland)

Onder leiding van Kennisland ontwikkelen de deelnemers in vijf plenaire bijeenkomsten een strategie voor het vrijgeven van collectiedata en worden ze begeleid in de implementatie daarvan. De masterclass vindt plaats in het kader van Open Cultuur Data in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en Open State Foundation. De reader van de Masterclass kan je hier downloaden.

Geef een reactie